Vermoeidheidsvirus wig Radboud en Amerika
NIJMEGEN - Heeft het Radboudziekenhuis een fout gemaakt bij onderzoek naar
chronische vermoeidheid? Die beschuldiging valt vandaag te lezen in het
gezondheids- en lifestyleblad Ortho. Dat zegt zich te baseren op informatie van
het Whittemore-Peterson Institute (WPI) in Reno, Verenigde Staten.
Dat heeft onderzoek gedaan met exact dezelfde bloedstalen als het Nijmeegse
Radboudziekenhuis. Daarbij kwamen echter verschillende uitkomsten boven drijven.
Nijmegen heeft slordig werk geleverd, zo menen ze in Amerika. Maar volgens
Radboudonderzoeker en moleculair viroloog Frank van Kuppeveld is dat onzin. „Bij
het onderzoek in Amerika zijn mogelijk bloedstalen vervuild geraakt. Dat kan het
verschil in uitkomsten verklaren.”
Het UMC St Radboud en het Amerikaanse Whittemore-Peterson Institute (WPI)
betwisten elkaar, volgens Van Kuppeveld overigens in vriendschappelijke wedijver,
sinds een half jaar elkaars bevindingen. Inzet: veroorzaakt het zogeheten
retrovirus XMRV het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS)?
Het gaat niet om zomaar een studie. In oktober haalde het onderzoekscentrum
WPI de wereldpers én het gerenommeerde wetenschappelijke tijdschrift Science
door te claimen dat het in bloed van patiënten stelselmatig de aanwezigheid van
het retrovirus had weten aan te tonen.
Patiënten reageerden juichend, omdat daarmee eindelijk bewezen kan worden dat
de vermoeidheid niet ‘tussen de oren’ zit, maar een aanwijsbare biologische
oorzaak kent. In Canada zouden al stemmen opgaan om bloeddonoren te screenen op
het virus, zoals ook bij hiv gebeurt, opdat chronische vermoeidheid niet meer
via bloed kan worden doorgegeven.
Frank van Kuppeveld en internist Jos van der Meer twijfelden echter aan de
uitkomsten van de studie in Reno en deden zelf een vergelijkbaar onderzoek. In
februari meldden zij in een ander wetenschappelijk tijdschrift, British Medical
Journal, dat ze bij 32 patiënten met chronische vermoeidheid geen enkel virus
konden vinden, evenmin als bij een controlegroep. Conclusie van Van Kuppeveld:
„De bloedmonsters die de Amerikanen hebben gebruikt, waren waarschijnlijk
afkomstig van een speciale patiëntengroep die niet representatief is voor het
overgrote deel van de CVS-patiënten.”
Maar aldaar hebben ze het Nijmeegse onderzoek herhaald met dezelfde,
Nijmeegse bloedmonsters. Daarbij is het virus wél aangetroffen en nog wel bij 30
procent. De Amerikanen beweren nu dat het scannen op het virus in Nijmegen
misschien wel in veel te korte tijd en op onzorgvuldige wijze is uitgevoerd.
Van Kuppeveld voelt zich geenszins in verlegenheid gebracht, omdat hij op
zijn beurt denkt dat juist de Amerikanen het Nijmeegse bloed hebben vervuild.
Hij voelt zich gesterkt door de wetenschap dat, ondanks vele vergelijkbare
onderzoeken elders, nog nooit ergens anders in de wereld een relatie is
aangetoond tussen CVS en het virus. „Sterker, er zijn ook twee Britse studies
waarbij in het bloed van CVS-patiënten geen enkel XMRV-virus is gevonden.”